Daan MulderVIEW PROFILE →
Delft wil de quantumfabriek van de wereld worden: QuantWare haalt 152 miljoen op
Een spin-off van QuTech uit Delft haalt honderdtweeenvijftig miljoen euro op om de grootste open fabriek voor quantumprocessoren ter wereld te bouwen. Waarom deze investering laat zien dat Nederland ook buiten ASML een serieuze chippositie opbouwt.
Als je aan Nederlandse chiptechnologie denkt, ga je bijna automatisch naar ASML, maar er borrelt in Delft iets anders op dat minstens zo veel over onze toekomst zegt, want in de schaduw van de bekende namen bouwt een jong bedrijf aan de machines die de volgende generatie computers moeten aandrijven.
Dat bedrijf heet QuantWare, een afsplitsing van het gerenommeerde onderzoeksinstituut QuTech, en het maakte dit jaar bekend dat het honderdtweeenvijftig miljoen euro heeft opgehaald om de krachtigste quantumprocessoren ter wereld in eigen land te gaan produceren, een bedrag dat voor een Nederlandse deep tech onderneming behoorlijk uitzonderlijk is.
Waarom quantum anders is
Om te begrijpen waarom dit belangrijk is, helpt het te weten dat een quantumcomputer op een fundamenteel andere manier rekent dan de laptop op je bureau, want in plaats van bits die alleen nul of een kunnen zijn, werkt hij met quantumbits die meerdere toestanden tegelijk kunnen aannemen en zo bepaalde problemen veel sneller kunnen aanpakken.
Het lastige is dat die quantumbits razend gevoelig zijn en alleen betrouwbaar werken bij temperaturen dicht bij het absolute nulpunt, en juist het maken van de fysieke processors die dit voor elkaar krijgen is een enorme technische uitdaging waar wereldwijd maar een handjevol partijen zich serieus mee bezighoudt.
Precies daar heeft QuantWare zijn niche gevonden, want het bedrijf is in ongeveer vijf jaar uitgegroeid tot naar eigen zeggen de grootste leverancier van commerciele quantumprocessoren, en het levert die chips aan onderzoeksgroepen en bedrijven die zelf een quantumcomputer willen bouwen zonder alles vanaf nul te ontwikkelen.
Van laboratorium naar fabriek

Met het nieuwe geld wil QuantWare in Delft een zogeheten Kilofab neerzetten, wat volgens het bedrijf de grootste open fabriek voor quantumprocessoren ter wereld moet worden, en dat markeert een belangrijke stap van kleinschalige productie in een laboratorium naar echte industriele schaal.
Die overgang is misschien wel het meest interessante deel van het verhaal, want een technologie bewijst pas echt haar waarde als ze betrouwbaar en in grote aantallen gemaakt kan worden, en het is nu net die stap van veelbelovend onderzoek naar herhaalbare productie die veel innovaties niet halen.
De ambitie is er ook niet naar om bescheiden te blijven, want de leiding heeft openlijk gezegd dat het de wereldwijde leverancier van quantumchips wil worden, een doel dat gedurfd klinkt maar dat past bij het momentum dat de Nederlandse quantumsector de afgelopen jaren heeft opgebouwd.
Een breder Nederlands offensief
QuantWare staat namelijk niet op zichzelf, want Nederland herbergt inmiddels een heel ecosysteem van quantumbedrijven zoals QuiX Quantum, Qblox, Fermioniq, Single Quantum en QphoX, met Delft en Eindhoven als de duidelijke zwaartepunten van deze jonge maar snelgroeiende industrie.
Achter die bedrijven zit een bewuste strategie, want het nationale programma Quantum Delta stelde in twintig eenentwintig al zeshonderdvijftien miljoen euro veilig uit het Nationaal Groeifonds, en stuurt inmiddels meer dan een miljard aan gecombineerde publieke en private investeringen aan tot en met twintig zevenentwintig.
Voor mij laat deze investering vooral zien dat de Nederlandse chippositie breder is dan het ene beroemde bedrijf, want terwijl de wereld naar de fotolithografie van de Brabantse reus kijkt, wordt in Delft rustig gewerkt aan de rekenmachines van overmorgen, en dat is een verhaal dat de komende jaren nog veel groter kan worden.






